Therapeutische substitutie

De kosten in de zorg worden hoger en hoger. De samenleving moet hier steeds meer voor betalen, en daarom moet er wat worden gedaan tegen deze kostenstijging in de gezondheidssector. Vrijwel iedereen is het hierover eens. Maar de vraag is hoe dit moet gebeuren?

Het lijkt erop dat er veel winst te behalen valt bij het toeschrijven van medicijnen. Alleen de rol die zorgverzekeraars hierin spelen is voor velen een gevoelige kwestie. Hierbij is er met name onenigheid over de zogeheten ‘Therapeutische substitutie’.

Wat is Therapeutische substitutie?Therapeutische substitutie

Het preferentiebeleid stelt de verzekeraar in staat om alleen goedkopere middelen te vergoeden, tenzij de arts uit medische noodzaak dure medicijnen voorschrijft. Dit om onnodig hoge kosten voor medicijnen te voorkomen en de oplopende kosten in de sector te beperken.

Volgens verzekeraars schrijven artsen -uit gewoonte- vaak te dure medicijnen voor. Hierdoor stijgen de premies die betaald moeten worden. Volgens VGZ zorgverzekeraar kunnen hierdoor jaarlijks nog miljoenen Euro’s bespaard worden.

Als er een goedkoper geneesmiddel beschikbaar is, met dezelfde resultaten als het middel wat de arts voor schrijft, maar met een andere werkzame stof, moet de verzekeraar dan het recht krijgen om het gebruik van dit middel bij de arts af te dwingen om kosten te besparen middels therapeutische substitutie?

Ook bij Achmea vinden ze dat de art niet meer het alleenrecht heeft op de patiënt. De arts is een onderdeel van een overkoepelende zorgketen met partijen die nauw samenwerken om de patiënt verder te helpen. Een redelijk besluit van de arts is dus op zijn plaats. De verzekeraar moet het recht hebben om eventuele middelen die dezelfde effecten hebben, maar veel doelmatiger zijn, aan te kaarten bij de arts.

Daarentegen geven andere partijen aan dat artsen zich reeds bewust zijn van hun maatschappelijke verantwoordelijkheid. Niet alleen jegens hun patiënten, maar ook om doelmatig te werken. Dit moet echter nooit ten koste gaan van de patiënt.

Toch zijn er nog wel een aantal praktische problemen rondom het begrip therapeutische substitutie.

Praktische problemen bij therapeutische substitutie

Ten eerste kan therapeutische substitutie leiden tot verwarring en onrust bij de patiënt zelf. Therapeutische substitutie dient dus alleen toegepast te worden in goed overleg met de patiënt en afgestemd op multidisciplinaire richtlijnen.

Ten tweede kunnen er bij het wisselen van medicatie fouten optreden. Het is de vraag of dit wenselijk is bij patiënten die reeds langere tijd bepaalde medicatie krijgen. Therapeutische substitutie zou in dit geval kunnen zorgen voor een verstoring van een moeizaam bereikt evenwicht bij de patiënt. Zeker wanneer het gaat om verschillende middelen. Ook kan het zijn dat hierdoor ander middelen wellicht meer, of juist minder effect hebben bij de patiënt. Bij de eerste uitgifte van medicijnen aan de patiënt ligt dit probleem anders.

Ook bestaat de kans dat artsen er toe neigen om vaker middelen voor te gaan schrijven waarvan zij weten dat therapeutische substitutie niet mogelijk is. Dit kunnen soms minder gewenste producten zijn.

Andere critici geven aan dat therapeutische substitutie een gecompliceerd iets is, en dat de uiteindelijke kostenbesparing voor de zorgsector klein zal zijn. De meeste middelen zijn namelijk al uit patent, en er is hierdoor weinig ruimte voor besparing.

Desalniettemin denken veel partijen dat therapeutische substitutie zeker mogelijk is, mits er goed nagedacht wordt over bovenstaande praktische problemen.